Deze longread staat in het teken van leerlingendaling in het voortgezet onderwijs. Want het is al lang niet meer het primair onderwijs alleen dat te kampen heeft met deze problematiek. Ook het voortgezet onderwijs moet eraan geloven. Om wat voor cijfers gaat het dan? Wat zijn oorzaken en gevolgen? En het allerbelangrijkste: naar welke oplossingen moet er gezocht worden?

De cijfers liegen er niet om. De komende jaren moeten middelbare scholen rekening houden met een snelle daling van het aantal leerlingen. Een landelijke daling die in het schooljaar 2017-2018 is ingezet met zo’n 10.000 leerlingen minder dan vorig jaar, blijkt uit de nieuwste cijfers van het CBS. De daling is het sterkst in de provincies Groningen, Limburg en Zeeland, maar eigenlijk krijgt bijna het hele land met leerlingendaling te maken.

En die dalende trend zet door, met een verwachte landelijke krimp van 6 procent binnen 5 jaar en iets meer dan 10 procent over 10 jaar*. In sommige regio’s is de daling van het aantal leerlingen zelfs meer dan 30 procent.

Ontwikkeling leerlingen voortgezet onderwijs 2016 versus 2008Ontwikkeling leerlingen voortgezet onderwijs 2016 versus 2008
Prognose leerlingen voortgezet onderwijs 2024 versus 2016Prognose leerlingen voortgezet onderwijs 2024 versus 2016

Paul Rosenmöller, voorzitter van de VO-raad:

'Groei maakt steeds meer plaats voor krimp en concurrentie moet plaats maken voor meer samenwerking. De verantwoordelijkheid van het schoolbestuur houdt niet op bij het hek van de school, in de regio moet het gebeuren. Dat er scholen zijn die met de rug naar elkaar toestaan is niet langer aanvaardbaar en in strijd met de publieke opdracht die we met elkaar hebben.'

Grootste klap op vmbo

Vooral het vmbo krijgt het zwaar te verduren. Volgen op dit moment nog zo’n 215.000 leerlingen onderwijs op de bovenbouw van het vmbo, in 2020 daalt dat aantal naar 192.000 leerlingen: een afname van 11 procent binnen 3 jaar. Harde klappen blijken vooral te vallen bij de twee laagste niveaus van het vmbo: de kaderberoepsgerichte en basisberoepsgerichte leerweg. Het praktijkonderwijs krijgt te maken met een daling van 14 procent over de aankomende 5 jaar.

Ook mbo krijgt te maken met krimp
Op dit moment zijn er nog voldoende leerlingen. Er is zelfs sprake van een lichte groei. Maar het duurt niet lang meer voordat ook het mbo met de gevolgen van leerlingendaling te maken krijgt. Zeker nu vooral het vmbo getroffen wordt door krimp. Senior beleidsmedewerker Bram van der Kroon (OCW):

Bram van der Kroon, senior beleidsmedewerker OCWBram van der Kroon, senior beleidsmedewerker OCW'Mbo’s zijn zich ervan bewust dat ook zij te maken krijgen met krimp. Toch wil dat niet meteen zeggen dat elke mbo-instelling daarnaar handelt. Veel instellingen kijken nog heel erg op macroniveau naar de cijfers. Zo zien we voor de komende 15 jaar voor het hele mbo een krimp van 14 procent op ons afkomen. Voor sommige instellingen kan die krimp oplopen tot 30 procent of meer. Maar dat is nog zo abstract voor veel mbo’s, dat ze voor zichzelf nog niet de juiste waarde toekennen aan de cijfers. Hierdoor zijn er instellingen die wegkijken en nog niet op de naderende krimp acteren, terwijl andere dat wel doen. Het beeld is dus heel wisselend.'

Lees het hele interview met onder meer Bram van der Kroon op de website van leerlingendaling.nl 

Wat veroorzaakt leerlingendaling?

De afgelopen tien jaar werden er elk jaar minder kinderen geboren. De reden: ouders kiezen steeds bewuster voor kinderen en gezinnen zijn kleiner dan vroeger. Dat betekent ook dat er steeds minder kinderen aangemeld worden op basisscholen. In grote delen van het land leidt dat tot een daling van het leerlingenaantal. Niet alleen in de traditionele krimpgebieden, maar ook in de Randstad.

Het basisonderwijs heeft al tien jaar met deze leerlingendaling te maken. Dat had de afgelopen jaren vooral grote gevolgen voor kleinere scholen in dorpen, maar leerlingendaling komt in het hele land voor. Ook het voortgezet onderwijs krijgt nu met krimp te maken.

Tekort aan vakdocenten

Grofweg een derde van de leerkrachten in het voortgezet onderwijs is 55+ en gaat de komende jaren met pensioen. Er zijn minder leerkrachten nodig door de krimp, maar er gaan nu zoveel docenten met pensioen dat er toch een lerarentekort dreigt. Vooral voor de vakken natuurkunde, scheikunde, wiskunde en Duits. Dat tekort lijkt niet snel aangevuld te kunnen worden. Lees meer over leerlingendaling en lerarentekort in het vo op de website van leerlingendaling.

Trek naar de Randstad

Daarnaast vertrekken steeds meer jongeren van het platteland naar de Randstad. Middelbare scholen in het buitengebied moeten hierdoor op zoek gaan naar elementen die het voor jongeren interessant maken om in de regio te blijven.

Voor metaalprinten in 3D moet je in Aalten zijn

Het middelbaar onderwijs in Doetinchem is de samenwerking met het bedrijfsleven aangegaan om jongeren voor de regio te behouden. Daardoor staat er in Aalten de grootste 3D-metaalprinter van Nederland. Voor 3D-printen gaan jongeren dus niet meer naar Amsterdam, maar blijven ze in Aalten.

Vmbo niet in trek

Vmbo-scholen worden het hardst getroffen door de daling van het aantal leerlingen. Zo ondervindt het vmbo ook de gevolgen van krimp door de maatschappelijke druk omhoog. Ouders willen voorkomen dat hun kinderen naar het vmbo gaan en kiezen voor theoretisch in plaats van praktijkgericht onderwijs. Al jaren schuift daarom de totale populatie van leerlingen op het voortgezet onderwijs langzaam richting havo en vwo en volgen steeds minder kinderen de beroepsgerichte leerwegen van het vmbo.

Wat heeft leerlingendaling voor gevolgen?

Leerlingendaling heeft verstrekkende gevolgen voor scholen. Het schoolbudget hangt af van het aantal kinderen. Als er minder leerlingen aangemeld zijn bij een school, krijgt de school minder geld van de overheid. Dat betekent niet dat de school minder kosten heeft. Vaak worden de kosten per leerling juist hoger, omdat de lasten voor bijvoorbeeld materiaal of huisvesting gelijk blijven. Daarnaast zijn er door leerlingendaling minder leraren nodig, moeten scholen soms sluiten of verdwijnen er afdelingen of profielen.

“Het schoolbudget hangt af van het aantal kinderen. Als er minder leerlingen aangemeld zijn bij een school, krijgt de school minder geld van de overheid. Dat betekent niet dat de school minder kosten heeft.”

Scholen worden kleiner

Door leerlingendaling komen er steeds meer kleine scholen, die vaak kwetsbaarder zijn dan grotere scholen. Als een school kleiner wordt, kan dat gevolgen hebben voor de onderwijskwaliteit, maar dat hoeft niet. Met goede leraren en efficiënt en slim georganiseerd onderwijs kan ook een kleine school hoge kwaliteit leveren. Toch hebben krimpende scholen vaak minder mogelijkheden om het onderwijs goed te organiseren. En op middelbare scholen kan leerlingendaling ervoor zorgen dat er op vmbo, havo en vwo per profiel te weinig leerlingen zijn om nog (kwalitatief goed) onderwijs te geven.

Leegstaande klaslokalen

Als er minder leerlingen zijn, zijn er ook minder klaslokalen, meubilair en lesmateriaal nodig. Er komen dan overtollige ruimtes vrij, die nog wel betaald moeten worden. Het is moeilijk om de vrijgekomen ruimtes zomaar af te stoten. Daarvoor is vaak medewerking van de gemeente nodig. Zeker als nieuwbouw wenselijk is, omdat gemeenten daarvoor verantwoordelijk zijn.

Leerlingen lossen leegstandsproblemen op

Leerlingen van Scholengemeenschap Sint Ursula Leerlingen van Scholengemeenschap Sint Ursula Scholengemeenschap Sint Ursula uit Roermond heeft ook te maken met krimp en als gevolg daarvan leegstand in de schoolgebouwen. Daarom gaf de school zo’n 170 tweedeklassers havo en vwo de opdracht mee te denken over een andere duurzame oplossing voor de lege ruimtes. Daaruit kwamen hele verrassende ideeën. Op de website van leerlingendaling leest u meer hierover.

Andere bestemming

Het sluiten van lokalen levert pas een echte besparing op als het een alternatieve bestemming krijgt. Bijvoorbeeld door de ruimte te verhuren. Zeker in krimpregio’s is dat vaak lastig, omdat de vraag naar vastgoed er meestal niet hoog is.

Toenemende druk voor onderwijspersoneel

De grootste kostenpost van een school is het personeel. Als de inkomsten teruglopen, kan dat betekenen dat scholen personeelsleden boventallig verklaren of dat ze vertrekkende leraren niet vervangen. Dat geldt vooral voor vakken waar een lerarenoverschot is. Als scholen besluiten tot zo’n vacaturestop, wordt het voor pas afgestudeerde leraren moeilijker om een baan te vinden. Aan de andere kant heeft een school door de vergrijzing ook te maken met een lerarentekort voor bepaalde vakken. Er is dus duidelijk sprake van een disbalans.

Gezamenlijk lesgeven

Op middelbare scholen is het mogelijk om leerlingen van verschillende niveaus en uit diverse groepen samen les te geven. Leerlingen van verschillende niveaus komen dan bij elkaar in de klas, waardoor leraren binnen de groep meer moeten differentiëren. Dit vraagt om differentiatievaardigheden van docenten. Ook kunnen scholen leerlingen voor bepaalde vakken uitbesteden aan andere scholen, waardoor leraren een deel van hun tijd lesgeven aan leerlingen van andere scholen.

Mobiliteit personeel

Om te voorkomen dat er ontslagen vallen, moeten schoolbesturen tijdig zorgen dat de mobiliteit van het personeel groter wordt. Sommige scholen in het basisonderwijs werken daarvoor samen in zogenoemde regionale transfercentra. Dit zijn verbanden waarin schoolbesturen regionaal samenwerken op het gebied van personeelsbeleid, vervanging en mobiliteit.

Tekort aan vakmensen

Vooral de technische profielen binnen de basis en kaderberoepsgerichte leerwegen van het vmbo staan onder druk als het om leerlingendaling gaat. Daar worden sommige afdelingen zo klein dat schoolbesturen geen andere opties hebben dan ze te sluiten. Daardoor is er straks in sommige regio’s een gebrek aan goede vakmensen.

Gevolgen van sluiting

Als de kwaliteit en/of betaalbaarheid van het onderwijs niet langer gegarandeerd kan worden, komt het voortbestaan van de school in gevaar. Bovendien stopt de bekostiging van de overheid als het aantal kinderen van een school drie jaar lang onder de opheffingsnorm zit.

Jaarlijks sluiten nu zo’n 100 basisscholen en 5 middelbare scholen. Daardoor wordt goed onderwijs steeds lastiger bereikbaar. Als middelbare scholen sluiten of fuseren, moeten leerlingen soms verder reizen voor de opleiding van hun keuze. Of ze kiezen vanwege die reisafstand liever voor een ander profiel dan ze eigenlijk willen.

“Jaarlijks sluiten nu zo’n 100 basisscholen en 5 middelbare scholen. Daardoor wordt goed onderwijs steeds lastiger bereikbaar.”

Hoe reageren middelbare scholen op krimp?

Niet elke middelbare school reageert hetzelfde op leerlingendaling. Grofweg kan er een driedeling gemaakt worden in scholen die niets doen of te lang wachten, scholen die de concurrentie met elkaar aangaan en scholen die zoeken naar constructieve oplossingen.

Harco Dijkstra, accountmanager vo OCW: 

Harco Dijkstra, Accountmanager vo OCWHarco Dijkstra, Accountmanager vo OCW

'Het besef dat leerlingendaling gaande is, is inmiddels wel ingedaald binnen het vo. Scholen zien inderdaad dat er minder leerlingen zijn. Alleen is het nu nog niet op zo’n niveau dat het pijnlijk wordt. Hierdoor is er nog steeds een groep bestuurders die geen actie onderneemt.'

Vorig jaar werd duidelijk wat de gevolgen kunnen zijn van te lang wachten. De situatie in Zeeuws-Vlaanderen: vier middelbare scholen die in een situatie van aanhoudende krimp dreigden om te vallen doordat de bestuurders te lang hebben gewacht. Uiteindelijk is er met behulp van verschillende ministeries en andere overheden een oplossing gekomen. Door fusie en een betere organisatie van het onderwijsaanbod zorgen de scholen ervoor dat een afdoende en op punten verrijkt aanbod in stand kan blijven op drie locaties in de regio. 

Leo Niessen, voormalig voorzitter van de themagroep Onderwijs van het Nationaal Netwerk bevolkingsdaling:

Leo Niessen, voormalig voorzitter van de themagroep Onderwijs van het Nationaal Netwerk bevolkingsdalingLeo Niessen, voormalig voorzitter van de themagroep Onderwijs van het Nationaal Netwerk bevolkingsdaling

'Scholen kunnen makkelijk uitrekenen hoeveel leerlingen ze over vijf jaar hebben. Op basis daarvan kunnen ze vaststellen of ze een probleem krijgen met het leerlingaantal en nu al maatregelen nemen. Toch kijken veel scholen niet verder dan een paar jaar. Ik denk dat dit te maken heeft met ontkenning. "Ons treft het niet’’. Dit hebben we eerder ook gezien in het po.'

Concurrentie

Scholen kunnen ook gaan concurreren met elkaar. Geen enkele school wil vergoedingen kwijtraken en werknemers ontslaan. Maar door de concurrentie met elkaar aan te gaan, kunnen er situaties ontstaan waarin een van de scholen ten koste van de andere overblijft. Dan bestaat het risico dat er in bepaalde regio’s bijvoorbeeld geen techniek meer wordt aangeboden. En dat betekent een tekort aan toekomstige techneuten voor het mbo en het lokale bedrijfsleven.

Bovendien kan concurrentie ervoor zorgen dat bepaalde schoolrichtingen uit de regio verdwijnen. Denk aan protestants-christelijk onderwijs of het montessorionderwijs. De vrijheid om te kiezen voor een bepaalde richting of identiteit, wordt hierdoor beperkt.

Al met al leidt concurrentie niet tot extra leerlingen; alle scholen vissen immers uit dezelfde vijver. Daarnaast vormt het ook een grote kostenpost, wanneer er veel gemeenschapsgeld geïnvesteerd wordt in marketingwerkzaamheden. Dat geld kan beter besteed worden aan het onderwijs zelf.

“Door de concurrentie met elkaar aan te gaan, kunnen er situaties ontstaan waarin een van de scholen ten koste van de andere overblijft. Dan bestaat het risico dat er in bepaalde regio’s bijvoorbeeld geen techniek meer wordt aangeboden.”

Constructieve oplossingen

Steeds meer scholen beseffen dat concurrentie niet de oplossing is voor de aanhoudende krimp. Om een compleet onderwijsaanbod in de regio te behouden, slaan sommige scholen de handen ineen om de gevolgen van leerlingendaling op te vangen. Door de krimp zijn er immers minder leerlingen, waardoor sommige afdelingen zo klein worden dat de organiseer- en betaalbaarheid ervan in het gedrag komt. Bepaalde opleidingen komen hierdoor in de knel. In zulke gevallen is samenwerking de oplossing. Schoolbesturen zijn samen aan zet om ervoor te zorgen dat ook bij leerlingendaling voldoende divers en kwalitatief goed onderwijs blijft bestaan.

Prognoses

Scholen moeten op tijd weten hoe hun leerlingenaantallen zich gaan ontwikkelen. Op basis van prognoses kunnen ze dan toekomstplannen maken rond vragen als: Hoe houd ik mijn onderwijsaanbod organiseerbaar? Hoe zorg ik voor een goede onderwijskwaliteit op kleiner wordende scholen? Kunnen alle scholen openblijven?

Bij voorkeur maken schoolbesturen in een regio deze plannen samen, zodat er in de regio een evenwichtig onderwijsaanbod blijft bestaan. Zo kunnen ze samen bekijken of en waar scholen moeten fuseren of sluiten. En welke school welke onderwijssoorten of afdelingen kan blijven aanbieden.

Geleerde lessen uit het primair onderwijs

'In geval van krimp heb je geen andere keuze dan samenwerken. Want als je niets doet en krampachtig afwacht, valt er uiteindelijk toch een school om en heb je alsnog geen keuzevrijheid meer.' Dat zegt Anko van Hoepen, vice-voorzitter van de PO-Raad.

Anko van Hoepen, vice-voorzitter van de PO-RaadAnko van Hoepen, vice-voorzitter van de PO-Raad 'Niemand houdt van veranderingen, zeker niet als het gaat om sluiting of fusie van scholen die decennialang een rol in een dorp of gemeenschap hebben gespeeld. Daarom is het belangrijk om ouders al in een vroeg stadium bij plannen te betrekken. Stel ouders niet voor een voldongen feit, maar neem ze als schoolbestuur mee in je denkproces. Vertel ze over de ontwikkelingen die op een school afkomen, waarom het belangrijk is dat er wat verandert en biedt ze keuzevrijheid. Zo zorg je voor bewustwording en commitment. Dat is wat mij betreft ook een van de belangrijkste lessen uit de afgelopen jaren waarin we als po met leerlingendaling te maken hebben.'

Tips voor vo

Ook voor het vo heeft Van Hoepen een tip. 'Stap uit de concurrentiemodus. Bij het po ging het destijds om prognoses: een inschatting van het aantal leerlingen dat nog geboren moest worden. Dat maakte het voor schoolbesturen veel moeilijker om de gevolgen van leerlingendaling te overzien. Bij vo zijn die aantallen al bekend, maar is het de vraag voor welke school de leerlingen uiteindelijk gaan kiezen. Daarom kiezen veel schoolbesturen voor concurrentie in plaats van samenwerken. Praktijkverhalen en goede voorbeelden van samenwerking en regionale oplossingen kunnen schoolbesturen helpen om uit die concurrentiemodus te komen.'

Lees het hele interview met Anko van Hoepen op de website van leerlingendaling.

Wat doet het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap?

Om schoolbesturen te helpen de gevolgen van leerlingendaling het hoofd te bieden, heeft het ministerie van OCW ingezet op een accountteam Leerlingendaling en de financiering van regionale procesbegeleiders.

Accountteam Leerlingendaling

Schoolbesturen kunnen met vragen over (de gevolgen van) leerlingendaling terecht bij het accountteam Leerlingendaling. Dit team bestaat uit een aantal accountmanagers die werken in de regio’s Noordoost, West en Zuid. Vragen waarbij accountmanagers kunnen helpen, zijn bijvoorbeeld:

  • Wat mag wel en niet volgens de wet?

  • Hoe staat het met de versoepeling van de wet- en regelgeving?

  • Zou het niet goed zijn als er meer ruimte in de wet- en regelgeving komt om…?

  • Hoe gaat men elders in het land om met dalende leerlingenaantallen?

  • Welke collega-bestuurders zijn bezig met dezelfde vragen?

  • Hoe kan ik als schoolbestuurder samenwerken met andere bestuurders?

  • Van welke financiële regelingen kunnen schoolbesturen gezamenlijk gebruikmaken?

Harco Dijkstra, accountmanager vo OCW:

'Hoewel veel scholen/besturen in mijn regio doordrongen zijn van de krimp, probeert OCW de bestuurders die dat niet zijn wakker te schudden. We creëren bewustzijn door afwachtende schoolbesturen te wijzen op krimp.'

Regionale procesbegeleiders

Naast het accountteam heeft het ministerie van OCW de afgelopen jaren met succes de zogenoemde ‘Regionale procesbegeleiders leerlingendaling’ gefinancierd. Deze regionale procesbegeleiders waren er om de samenwerking in de regio tussen schoolbesturen, gemeenten en andere belanghebbenden op gang te brengen.

De huidige afspraken met de regionale procesbegeleiders lopen echter af. Het werk dat ze doen, wordt op een andere manier voortgezet. Hoe dat precies eruit gaat zien, is nog niet bekend.

Samenwerken als oplossing

Veel scholen zien steeds meer in dat niet concurreren, maar samenwerken de sleutel is waarmee ze leerlingendaling te lijf kunnen gaan. Daarbij zoeken scholen niet alleen elkaar op, ze gaan ook samenwerkingen met lokale overheden, het primair onderwijs en het bedrijfsleven aan. Een aantal inspirerende voorbeelden op een rij.

Een gezamenlijke campus

Schoolgebouwen staan door forse leerlingendaling leeg. Tegelijkertijd moeten ze verstevigd worden om bij aardbevingen overeind te blijven: geen gelukkige combinatie. In het Groningse Appingedam namen het Eemsdeltacollege (vmbo) en het Noorderpoort (mbo) het besluit om hun geld te besteden aan een nieuwe, gezamenlijke campus. In 2020 moeten de gebouwen er staan.

Hans van der Molen, bestuursvoorzitter van het Eemsdeltacollege:

'Omdat we straks in hetzelfde pand zitten, is overleg tussen docenten van het vmbo en mbo veel makkelijker. Daardoor sluit het vmbo veel soepeler op het mbo aan.'

De scholen kunnen nu alle voorzieningen delen, én er is door de samenwerking ruimte gekomen voor een nieuwe vmbo-opleiding Bouw. Deze bestond nog niet, terwijl er door de bevingsproblematiek wel een enorme regionale vraag is in de bouwsector.

Wim van de Pol, bestuurslid van Noorderpoort College:

 Wim van de Pol, bestuurslid van Noorderpoort College Wim van de Pol, bestuurslid van Noorderpoort College

'Hiermee laten we zien dat we blijven investeren: in een nieuwe school en in een nieuw opleidingsaanbod. Deze zijn gericht op de regio, zodat de leerlingen straks ook daadwerkelijk op de arbeidsmarkt aan de slag kunnen.'

Uitruil

In Emmen overwogen drie middelbare scholengemeenschappen dezelfde oplossing als in Appingedam: een samenwerkingsschool in een gloednieuw gebouw. De komende twintig jaar krijgen de drie Emmense scholen namelijk maar liefst 2.100 leerlingen minder en daalt het aantal basis- en kaderleerlingen van het vmbo met 30 procent. Als elke school elke opleiding in de lucht houdt, ontstaan er situaties waarbij een opleiding maar een paar leerlingen telt.

“Als elke school elke opleiding in de lucht houdt, ontstaan er situaties waarbij een opleiding maar een paar leerlingen telt”

Een nieuw gebouw bleek echter te kostbaar en te complex om een oplossing te bieden op korte termijn – terwijl de krimp nu al toeslaat. Het Esdal-, Hondsrug- en Carmelcollege besloten daarom tot een uitruil van vmbo-opleidingen. Dit ging niet zonder slag of stoot, maar het lukte.

Matthias Kooistra, directeur van het Esdal College:

Matthias Kooistra, directeur van het Esdal CollegeMatthias Kooistra, directeur van het Esdal College'Elke vmbo-opleiding wordt nu maar op een van de drie scholen aangeboden, waardoor je vollere klassen krijgt. Het aanbieden van een breed opleidingsaanbod in de regio is en blijft een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Dus als een van de scholen een opleiding aanbiedt die uiteindelijk niet levensvatbaar blijkt, bekijken we samen hoe we dat gaan oplossen.'

Doorlopende leerlijn van 0 tot 16 jaar

Het Integraal Kind Centrum de Bosmarkt werkte al samen met pedagogische medewerkers en basisschoolleerkrachten aan een doorlopende leerlijn voor kinderen van 0 tot 13 jaar. Een samenwerking met een vestiging van middelbare scholengemeenschap Schaersvoorde die zo’n 50 meter verderop staat, leek dan ook heel logisch. De doorlopende leerlijn is hierdoor uitgebreid naar 16 jaar.

Jan van der Horst, directeur IKC de Bosmark:

Jan van der Horst, directeur IKC de BosmarkJan van der Horst, directeur IKC de Bosmark

'Vanuit het IKC zijn wij altijd heel erg op zoek naar verbinding. Hoe kun je elkaar sterker maken? Vanuit die gedachte zijn er gesprekken ontstaan tussen Schaersvoorde en De Bosmark.'

Met deze samenwerking hopen beide scholen de overgang van po naar vo voor leerlingen zo makkelijk mogelijk te maken èn het voortgezet onderwijs in Dinxperlo te borgen voor de toekomst. Want net als alle andere dorpen uit de Achterhoek heeft ook Dinxperlo te maken met krimp.

Samenwerking met bedrijfsleven

Het Schaersvoorde College in Aalten zag haar leerlingenaantal voor techniekonderwijs afnemen. Techniekonderwijs is belangrijk voor de regio, maar het is kostbaar. De school vond een oplossing in een intensieve samenwerking met het bedrijfsleven.

Techniektraject in Zwolle

Ook in Zwolle zorgde krimp voor steeds minder leerlingen in het techniekonderwijs. Dit leidde tot een bijzondere samenwerking, waarbij docenten van de plaatselijke Thorbecke mavo en het Deltion college (mbo) de handen ineensloegen voor het keuzetraject Techniek.

Docent/begeleider Marco Theunis:

Docent/begeleider Marco TheunisDocent/begeleider Marco Theunis'In de eerste twee klassen volgen leerlingen iedere week lesuren techniek op de Thorbecke mavo, In de loop van het jaar gaan ze voor een project naar het Deltion College, waar ze uiteindelijk hun praktijkexamen techniek kunnen doen. Vervolgens kunnen ze op het hoogste niveau in het mbo instromen. Ook halen ze in het vierde jaar hun VCA-diploma waardoor ze stage kunnen lopen in een technisch bedrijf.'

De techniekopleiding is inmiddels zo in trek, dat ook leerlingen van andere trajecten op de Thorbecke mavo interesse in de technieklessen tonen. De samenwerking tussen de mavo en het mbo zorgt bovendien voor een betere doorstroming, mede door de makkelijke uitwisseling van docenten. De scholen boren zodoende een nieuwe kweekvijver aan voor technisch personeel in de krimpregio.

Zoek de samenwerking in de regio!

Heb zicht op je cijfers, stop met concurreren, steek met elkaar geld in een kwalitatief en breed onderwijsaanbod, maar bovenal: durf het aan. Het zijn enkele tips van Marcel Klaverkamp, voorzitter van het College van Bestuur van het Dr. Nassaucollege in Assen. Hij is er sterk van overtuigd dat regionale samenwerking in het geval van krimp de beste kans biedt op een duurzame oplossing. En hij kan het weten. Klaverkamp is als directeur-schoolbestuurder werkzaam geweest op middelbare scholen in Groningen, Friesland en nu dus Drenthe. Allemaal gebieden waar sprake is van een forse krimp. Hij ging destijds de samenwerking met andere scholen uit de regio aan. Lees al zijn tips en ervaringen op de website van leerlingendaling.

Andere oplossingen 

Samenwerking tussen scholen is vaak een goede uitkomst bij leerlingendaling. Maar in sommige krimpregio’s is er een fysieke afstand te overbruggen die voor de leerlingen te groot is. Voor deze regio’s zijn er ook andere oplossingen.

De Stad & Esch-VO school in Diever was al een tijdje bezig met een grootschalige innovatieontwikkeling en meer ruimte in haar onderwijs voor ICT. Toen de krimp toesloeg, was de overstap naar afstandsonderwijs daardoor klein.

Peter de Visser, directeur-bestuurder van Stad & Esch:

'Ook op een locatie die krimpt, moet het onderwijsaanbod niet verschralen.'

Leerlingen in Diever krijgen via een videoverbinding les van bijvoorbeeld een docent Frans die voor de klas staat in Meppel. Een onderwijsassistent in Diever houdt de groep leerlingen in de gaten. Instructies krijgen leerlingen op een tweede scherm te zien, waaraan het smartbord is gekoppeld.

Docenten en leerlingen van Stad & Esch zijn enthousiast over de videolessen, al is de manier waarop voor docenten wel even wennen. Ze moeten zoeken naar voldoende contactmomenten met hun leerlingen en een videoles vraagt gedegen voorbereiding. Maar de lessen zijn daardoor wel van hoge kwaliteit.

“Docenten en leerlingen van Stad & Esch zijn enthousiast over de videolessen, al is de manier waarop voor docenten wel even wennen.”

Busjes

In Noord-Oost Friesland werken het christelijke Dockinga College, de openbare scholengemeenschap Piter Jelles en het christelijke Lauwers College sinds een tijd intensief met elkaar samen. De scholen experimenteren met gezamenlijke Facetime-lessen en voor sommige vakken staat er één docent voor leerlingen van alledrie de scholen voor de klas. Ook komt er een gezamenlijke nieuwe campus in Dokkum. Op die manier kunnen de leerlingen van de onderbouw alle vakken volgen op een locatie in de buurt.

Marcel Klaverkamp, oud-directeur-schoolbestuurder van het Dockinga College:

'Christelijk en openbaar onderwijs kunnen prima samengaan, is onze ervaring. Het meeste onderwijs is immers niet gebonden aan identiteit.'

Voor de leerlingen uit de bovenbouw van het vwo moest echter een andere oplossing worden gevonden. De provincie Friesland en het Dockinga College vonden deze oplossing in de vorm van zelfrijdende busjes waar ook een chauffeur bij aanwezig is. Het leerlingenvervoer wordt gecombineerd met het behoud van de leefbaarheid in de streek. Ook ouderen en andere mensen die afhankelijk zijn van openbaar vervoer kunnen zo gebruikmaken van de busjes.

Maatwerk bieden

Bovenstaande voorbeelden zijn inspirerend, maar ook uniek. Er is dan ook geen kant en klare oplossing voor leerlingendaling waarmee alle schoolbesturen uit Nederland hun voordeel doen. Het zoeken naar een oplossing blijft maatwerk.

Leo Niessen, voormalig voorzitter van de themagroep Onderwijs van het Nationaal Netwerk Bevolkingsdaling:

'In het verstedelijkte Zuid-Limburg zijn de scholen dicht bij elkaar gevestigd. Daar is het makkelijker om leerlingen samen te voegen. In het landelijke Zeeuws-Vlaanderen bijvoorbeeld is dit lastiger, omdat er veel meer afstand is tussen de scholen.'

Het belang van de regio

De regio gaat daarbij een steeds belangrijkere rol spelen. Het is belangrijk dat schoolbesturen met elkaar en andere partijen in de regio afspraken maken. Denk bijvoorbeeld aan gemeenten die een belangrijke rol spelen als het om huisvesting gaat. Maar ook de provincies die kunnen meedenken over zaken als leerlingenvervoer. OCW probeert die regionale samenwerking te bevorderen door het beschikbaar stellen van bepaalde financiële regelingen. Schoolbesturen kunnen van die regelingen alleen gebruikmaken als zij met de regio een aanvraag doen.

Een regio die zich sterk maakt voor techniekonderwijs

Bij een dalend leerlingenaanbod komen in het vmbo de ‘dure’, vooral technische opleidingen als eerste in de problemen. In Zuid-Limburg is gezocht naar een oplossing voor dit probleem. Daarbij zetten verschillende scholen de vmbo-leerlingen techniek van niveau 3 en 4 en de mbo-studenten van niveau 2 in één gebouw met een nieuw innovatief curriculum bij elkaar.

Door alle leerlingen bij elkaar te voegen, ontstaat voldoende massa voor up-to-date toekomstbestendig techniekonderwijs. Dit is erg belangrijk voor de economische ontwikkeling van de regio, omdat de technieksector zit te springen om goede technische werknemers.

Om dit mogelijk te maken, hebben de vmbo-scholen en mbo-scholen in Zuid-Limburg een convenant ondertekend.

Lees het hele artikel op de website van leerlingendaling.

Tijd voor actie

Deze longread geeft u meer informatie over de huidige stand van zaken rond krimp en laat u zien dat nu ook het voortgezet onderwijs en het mbo steeds meer met leerlingendaling te maken krijgen. Het is belangrijk om maatregelen te treffen om de gevolgen van leerlingendaling tegen te gaan. Zoals op het gebied van huisvesting, personeel en een waarborg van de kwaliteit van het onderwijs. Daarbij kunnen het vo en mbo veel leren van het primair onderwijs dat al een aantal jaar met krimp heeft te maken.

“Het is belangrijk om maatregelen te treffen om de gevolgen van leerlingendaling tegen te gaan.”

Wilt u meer weten over krimp in het voorgezet onderwijs? Informatie hierover en praktijkvoorbeelden vindt u onder meer bij de PO-Raad, de VO-raad, MBO Raad en op de website leerlingendaling.nl. Op deze laatste gezamenlijke site van de PO-Raad, de VO-raad en het ministerie van OCW staan ook namen en telefoonnummers van accountmanagers van OCW en regionale procesbegeleiders. Zij kunnen u verder adviseren en op weg helpen naar een oplossing op maat.

* Berekening van de Algemene Onderwijsbond (Aob) op basis van cijfers van het ministerie van OCW

** Berekening van de Algemene Onderwijsbond (Aob) op basis van cijfers van het ministerie van OCW

Colofon

Dit is een gezamenlijke uitgave van de PO-Raad, de VO-raad en het ministerie van OCW en is verschenen op de website leerlingendaling.nl.

Het staat u vrij artikelen en foto’s onder bronvermelding over te nemen.

Redactie: EMMA, Den Haag.
Vormgeving: Bètawerk, Heerlen
Den Haag, april 2018