Handboek primair onderwijs

Organisatie > Combinatieklassen: wel of niet en welke?

Een combinatieklas is samengesteld uit leerlingen van meerdere groepen. Een school kan om pedagogische redenen kiezen voor een combinatieklas, maar ook vanwege lerarentekort, ruimtegebrek of omdat er te weinig leerlingen zijn om een groep vol te krijgen.

Basisscholen mogen zelf bepalen hoe ze de groepen samenstellen. Op sommige scholen zitten kinderen van verschillende leeftijden in een groep bij elkaar. Andere scholen plaatsen kinderen met hetzelfde ontwikkelingsniveau in dezelfde groep.

De indeling van groepen per klaslokaal is afhankelijk van de grootte van de basisschool en van de beschikbare lokalen. De medezeggenschapsraad heeft instemmingsrecht op de wijze waarop de school de klassenindeling organiseert.

Ook de groepsgrootte in het basisonderwijs is vrij. Er is wel een norm afgesproken voor het vloeroppervlak per kind: bruto minimaal 3,5 m2 per leerling.

Bij het samenstellen van combinatiegroepen is het goed de volgende punten in de overwegingen te betrekken:

  1. Hoe breed wordt de combinatiegroep?
    Hoe meer leeftijdsgroepen samen een combinatiegroep vormen, hoe groter de ontwikkelingsverschillen tussen kinderen zullen zijn. Des te hoger zullen daardoor de eisen zijn die aan het didactisch handelen moeten worden gesteld.
  2. Hoe worden de leerlingen over de groepen verdeeld?
    Uiteraard is het verdelen van leerlingen afhankelijk van de mogelijkheden. Er zijn verschillende mogelijkheden, bijvoorbeeld een combinatie van groep 4 en 5 en een combinatie van 5 en 6. In dit geval worden de leerlingen van groep 5 over twee verschillende groepen verdeeld. Nadeel van deze methode is dat beide leraren twee verschillende instructies moeten geven.
  3. Hoeveel leerlingen worden in de groep geplaatst?
    Het werken in combinatiegroepen vergt een grotere inspanning van de groepsleraar. Het is dan ook redelijk om het aantal leerlingen in een combinatiegroep, indien mogelijk, te beperken.

Voor het werken in combinatiegroepen bestaan twee organisatiemodellen, met allerlei varianten:

  1. Het jaarklasmodel
    In dit model wordt elke jaarklas die deel uitmaakt van de combinatie, behandeld als een afzonderlijke groep. Als de leraar met de ene groep bezig is, voeren de andere groepen (schriftelijke) opdrachten uit. Dit vraagt om een zorgvuldige planning door de leraar en kost vaak veel correctietijd.
  2. Het lokaalklasmodel
    In dit model maken alle kinderen deel uit van dezelfde groep. Ze krijgen tegelijkertijd les in dezelfde vakgebieden. Dit vergt een aanpassing van het leerplan en in de meeste gevallen een gedifferentieerde verwerking van de aangeboden leerstof.

Beide modellen zijn extremen. In de praktijk komen varianten voor waarbij het jaarklasmodel als uitgangspunt wordt gekozen en het lokaalklasmodel voor bepaalde vakgebieden of activiteiten. Andersom kan natuurlijk ook.

Of een school kiest voor het werken met combinatieklassen is aan de school zelf. In ieder geval:

  • moet een combinatieklas zorgvuldig worden ingevoerd;
  • moeten de ouders van de betreffende kinderen goed worden voorgelicht;
  • moet de leerkracht worden geschoold in het werken met een combinatieklas.

Het werken in een combinatieklas heeft ook gevolgen voor het schoolplan, de schoolgids, het bestuursformatieplan en het taakbeleid van de school.

Kijk voor meer informatie op: www.leraar24.nl/video/2318. Een leraar vertelt daar over het werken in een combinatieklas. Kijk ook eens op http://zoeken.kennisnet.nl/?query=combinatieklassen, voor informatie over combinatieklassen.

Nieuwe reactie inzenden

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.

Meer informatie over formaatmogelijkheden

Geef de karakters in die u in de afbeelding ziet. (gebruik spraak)
Neem de tekens uit het bovenstaande figuur over. Waneer de tekens niet duidelijk zijn, kunt u het formulier verzenden om een nieuw figuur weer te geven. De tekens zijn niet hoofdlettergevoelig.