Praktijkvoorbeeld

Leerlingendaling in het voortgezet onderwijs: hoe is de situatie nu?

Geplaatst:20 april 2018
 

"Door op tijd samen te gaan werken, kunnen besturen tot oplossingen komen die robuust en betaalbaar zijn."

Harco Dijkstra OCW, Accountmanager Leerlingendaling VO

‘’Lege gangen verwacht op middelbare scholen.’’ ‘’De grote krimp komt eraan.’’ ‘’Ook voortgezet onderwijs ziet het aantal leerlingen nu teruglopen.’’ De krantenkoppen zijn duidelijk: na het primair onderwijs is leerlingendaling nu ook toegeslagen in het voortgezet onderwijs. Een jaar geleden spraken we accountmanager VO Harco Dijkstra (OCW) over dit onderwerp. Maar hoe is de situatie nu?

‘Het besef dat leerlingendaling gaande is, is inmiddels wel ingedaald binnen het VO’, steekt Dijkstra meteen van wal. ‘Scholen zien inderdaad dat er minder leerlingen zijn. Alleen is het nu nog niet op zo’n niveau dat het pijnlijk wordt. Hierdoor is er nog steeds een groep bestuurders die geen actie onderneemt.’

Afgelopen jaar werd duidelijk wat de gevolgen zijn van te lang wachten, vertelt Dijkstra verder. De situatie in Zeeuws-Vlaanderen: Vier middelbare scholen die op het punt van omvallen staan door de aanhoudende krimp. ‘Bestuurders hebben daar lang gewacht, voordat gezamenlijk naar een duurzame oplossing gezocht werd. Afgelopen zomer hebben onderwijs en overheden de handen ineengeslagen om tot een regionaal reddingsplan te komen. Maar het is inmiddels 30 seconden voor 12 uur. Dit is een situatie waarin OCW bij hoge uitzondering heeft ondersteund. Maar verwacht dat in de toekomst niet van OCW. Door op tijd samen te gaan werken, kunnen besturen tot oplossingen komen die robuust en betaalbaar zijn.’

Concurrentie

Maar ook de bestuurders die wel beseffen dat ze moeten handelen, maken volgens Dijkstra niet altijd de juiste keuze. ‘Sommige bestuurders hebben bijvoorbeeld de neiging om te kiezen voor een samenwerkingsverband met een natuurlijke partner. Denk aan een school met dezelfde identiteit. Dat is prima, maar als zo’n school 40 kilometer verderop staat, biedt het nog steeds weinig soelaas. Die afstand is veel te groot voor middelbare scholieren. Voor zulke scholen ligt het vaak veel meer voor de hand om samen te werken met hun concurrent. Maar dat kun je nu eenmaal niet afdwingen.’

Regionaal samenwerken

Wat kun je dan wel doen om samenwerking te stimuleren? ‘Vanuit OCW neigen we er steeds meer naar om afspraken te maken met regio’s, in plaats van gesprekken te voeren met individuele bestuurders. Zo stelt het kabinet 100 miljoen euro beschikbaar voor techniekonderwijs. Daar zul je alleen aanspraak op kunnen maken als je met de regio een aanvraag doet. Dat betekent dus dat je moet samenwerken. Niet alleen met andere scholen, maar ook met het bedrijfsleven. Zoek elkaar dus op, want er zijn financiële middelen waarvan je gebruik kunt maken.’

Maatwerk

Toch blijft een oplossing vinden voor elke regio maatwerk, aldus Dijkstra. ‘Neem het voorbeeld van de middelbare scholen in Emmen. Om ondanks leerlingendaling daar toch een breed onderwijsaanbod te kunnen blijven aanbieden, hebben de drie middelbare scholen besloten hun vmbo-opleidingen uit te ruilen. Wetgeving, zoals de 50 procent regeling waarbij leerlingen voor maximaal 50 procent van het curriculum mogen worden uitbesteed aan andere schoolbesturen, maakt dat mogelijk.’

Alles aanbieden

‘Ik zou het ontzettend mooi vinden als de regio de verantwoordelijkheid neemt om alle schoolsoorten aan te bieden binnen een acceptabele reisduur. Scholen moeten daarvoor hun onderwijsaanbod beter met/op elkaar afstemmen. Zo kan een scholier de richting kiezen die hij graag wil. En wordt hij niet gedwongen een richting te kiezen die weliswaar dichtbij is, maar uiteindelijk niet bij hem past.

Bovendien hebben veel regio’s nu een vrij dicht onderwijsaanbod. Verschillende scholen bieden dezelfde profielen aan, terwijl de spoeling erg dun is. Ook dat maakt het noodzakelijk voor scholen om hun onderwijsaanbod beter op elkaar af te stemmen. Zo blijft het aanbod goed te organiseren.’